Fundamentele analyse voor beginners
Leer hoe je de financiële gezondheid van een bedrijf beoordeelt voordat je erin belegt. Van omzet en winst tot waardering en schulden.
Bij passief beleggen koop je de hele markt en hoef je geen individuele bedrijven te beoordelen. Maar als je wél individuele aandelen wilt kopen, of gewoon wilt begrijpen wat je in een indexfonds bezit, is fundamentele analyse het gereedschap daarvoor.
Wat is fundamentele analyse?
Fundamentele analyse is het beoordelen van een bedrijf op basis van financiële en economische gegevens. Je kijkt naar omzet, winst, schulden, groei en waardering om te bepalen of een aandeel “goedkoop” of “duur” is ten opzichte van wat het bedrijf daadwerkelijk presteert.
Het idee erachter: de beurskoers fluctueert dagelijks door emotie en sentiment, maar op lange termijn volgt de koers de werkelijke waarde van het bedrijf. Als je die werkelijke waarde kunt inschatten, kun je beslissingen nemen op basis van feiten in plaats van gevoel.
Dat is de theorie tenminste. In de praktijk is het moeilijker dan het klinkt. Maar de basisprincipes zijn voor iedereen te begrijpen.
De drie financiële overzichten
Elk beursgenoteerd bedrijf publiceert drie overzichten. Samen vertellen ze het verhaal van een bedrijf.
De resultatenrekening (income statement)
Dit overzicht laat zien hoeveel geld het bedrijf heeft verdiend en uitgegeven over een periode (kwartaal of jaar).
De belangrijkste regels:
- Omzet (revenue): hoeveel geld er binnenkomt uit de verkoop van producten of diensten.
- Brutowinst: omzet minus de directe kosten om het product te maken.
- Operationele winst (EBIT): brutowinst minus bedrijfskosten zoals salarissen, huur en marketing.
- Nettowinst: wat er overblijft na rente en belasting.
Een bedrijf kan enorme omzet hebben maar alsnog verliesgevend zijn als de kosten te hoog zijn. Kijk daarom altijd naar de winstmarges (winst als percentage van omzet) en of die stabiel zijn of verbeteren.
De balans (balance sheet)
De balans laat op één moment zien wat het bedrijf bezit (activa), wat het schuldig is (passiva), en wat er voor de aandeelhouders overblijft (eigen vermogen).
Waar je op let:
- Verhouding schulden/eigen vermogen: een bedrijf met veel meer schulden dan eigen vermogen is kwetsbaar. Als de rente stijgt of de omzet daalt, kan het in de problemen komen.
- Kasgeld: bedrijven met veel cash op de balans hebben een buffer voor slechte tijden en kansen om te investeren.
- Goodwill: als een bedrijf veel overnames heeft gedaan, staat er vaak “goodwill” op de balans. Dat is het verschil tussen wat ze betaald hebben en wat het overgenomen bedrijf op papier waard was. Hoge goodwill is niet per se slecht, maar het kan afgeschreven worden als de overname tegenvalt.
Het kasstroomoverzicht (cash flow statement)
De resultatenrekening werkt met boekhoudkundige winst, die niet altijd overeenkomt met echt geld op de rekening. Het kasstroomoverzicht laat zien hoeveel geld er daadwerkelijk in en uit het bedrijf stroomt.
De vrije kasstroom (free cash flow) is het bedrag dat overblijft na alle uitgaven en investeringen. Dat geld kan het bedrijf gebruiken voor dividend, het terugkopen van aandelen, of het aflossen van schulden. Een bedrijf dat structureel meer geld ophaalt dan het uitgeeft is financieel gezond.
De koers-winstverhouding (P/E-ratio)
De koers-winstverhouding is het meest gebruikte getal om te beoordelen of een aandeel duur of goedkoop is. Je berekent het door de aandelenkoers te delen door de winst per aandeel.
Voorbeeld: een aandeel kost €50 en het bedrijf maakt €5 winst per aandeel. De P/E is dan 10. Je betaalt 10 keer de jaarwinst.
Wat zegt dat getal? Een lage P/E (onder 15) kan betekenen dat een aandeel goedkoop is, maar ook dat beleggers weinig groei verwachten. Een hoge P/E (boven 25) kan betekenen dat beleggers veel groei verwachten, maar ook dat het aandeel te duur is.
De P/E-ratio is pas nuttig als je het vergelijkt:
- met de P/E van vergelijkbare bedrijven in dezelfde sector
- met de historische P/E van hetzelfde bedrijf
- met het gemiddelde van de brede markt (de S&P 500 heeft historisch een P/E rond 15-20)
Een techbedrijf met een P/E van 30 is niet per se duur als vergelijkbare techbedrijven op 35 staan. Een nutsbedrijf met een P/E van 30 is dat waarschijnlijk wel.
Andere waarderingscijfers
De P/E-ratio is een beginpunt, maar vertelt niet het hele verhaal.
Koers/omzet (P/S): handig voor bedrijven die nog geen winst maken, zoals startups. Je deelt de beurswaarde door de jaaromzet. Hoe lager, hoe “goedkoper” het bedrijf ten opzichte van de omzet.
Koers/boekwaarde (P/B): vergelijkt de beurswaarde met het eigen vermogen op de balans. Een P/B onder 1 betekent dat je het bedrijf op de beurs goedkoper kunt kopen dan de boekwaarde van de bezittingen. Dat gebeurt soms bij banken of industriële bedrijven, maar er is meestal een reden voor.
Dividendrendement: het jaarlijkse dividend gedeeld door de aandelenkoers. Een hoog dividendrendement (boven 4-5%) kan aantrekkelijk lijken, maar controleer of het bedrijf het dividend ook daadwerkelijk kan blijven betalen uit de vrije kasstroom. Een hoog dividend dat niet duurzaam is, wordt uiteindelijk verlaagd.
Waar vind je deze gegevens?
Je hoeft geen jaarverslagen door te spitten (al is het leerzaam). Financiële websites bundelen de cijfers voor je.
Op Yahoo Finance vind je de meeste kerncijfers als je zoekt op het tickersymbool van een bedrijf (onder “Financials” en “Statistics”). Morningstar geeft een handig overzicht van waardering en financiële gezondheid. En op de investor relations-pagina van het bedrijf zelf staan de officiële kwartaal- en jaarverslagen.
De beperkingen
Fundamentele analyse klinkt logisch: je koopt bedrijven die goed presteren en goedkoop gewaardeerd zijn. In de praktijk zijn er een paar problemen.
De markt weet vaak al wat jij aan het uitzoeken bent. Als een bedrijf goede cijfers heeft, is de koers daar meestal al op aangepast. Echt “ondergewaardeerde” aandelen vinden is moeilijk, ook voor professionals.
Cijfers vertellen het verleden. Een bedrijf met vijf jaar winstgroei kan volgend jaar een klap krijgen door een nieuw product van de concurrent, veranderende regelgeving, of gewoon pech.
En fundamentele analyse zegt niks over timing. Een aandeel kan “goedkoop” zijn en dan nog een jaar goedkoper worden. Daar moet je tegen kunnen.
Daarom kiezen veel beleggers voor een combinatie: het grootste deel van hun portefeuille in indexfondsen (passief), en een klein deel in individuele aandelen voor wie de analyse leuk vindt. Meer over die afweging lees je in passief vs actief beleggen.
Samenvatting
Fundamentele analyse draait om drie financiële overzichten (resultatenrekening, balans, kasstroomoverzicht) en een handvol waarderingscijfers (P/E, P/S, P/B, dividendrendement). De basisprincipes zijn niet ingewikkeld, maar het goed toepassen vereist oefening en realisme over wat je als particuliere belegger kunt weten.
Begin met het lezen van één jaarverslag van een bedrijf dat je kent. Kijk naar de omzet, de winstmarges en de schulden. Vergelijk de P/E met concurrenten. Je hoeft geen financieel analist te zijn om een beter gevoel te krijgen bij de bedrijven waarin je belegt.