Inflatie en je koopkracht: waarom sparen niet genoeg is
Inflatie vreet langzaam aan je koopkracht. Leer wat inflatie betekent voor spaarders en beleggers, en hoe je je geld beschermt.
Stel, je hebt €10.000 op een spaarrekening. Over tien jaar staat er misschien €10.200 op, dankzij de rente. Maar de boodschappen die vandaag €100 kosten, kosten dan €122. Je saldo is gegroeid, maar je kunt er minder mee kopen. Dat is het probleem met inflatie.
Wat is inflatie precies?
Inflatie betekent dat het algemene prijsniveau stijgt. Een brood dat vorig jaar €2,50 kostte, kost dit jaar €2,55. Dat lijkt weinig, maar over twintig jaar tikt het op.
De Europese Centrale Bank (ECB) streeft naar 2% inflatie per jaar. Dat klinkt onschuldig, maar bij 2% per jaar is €10.000 over 20 jaar nog maar €6.730 waard in koopkracht. Meer dan een derde van de waarde is verdwenen, zonder dat je een cent hebt uitgegeven.
Probeer het zelf met de inflatiecalculator.
Waarom sparen vaak niet genoeg is
De spaarrente in Nederland ligt al jaren rond of onder het inflatieniveau. Dat betekent dat je spaargeld in nominale euro’s misschien groeit, maar in koopkracht stilstaat of krimpt.
Een voorbeeld met recente cijfers:
| Jaar | Spaarrente | Inflatie | Reëel rendement |
|---|---|---|---|
| 2023 | ~1,5% | ~4,1% | -2,6% |
| 2024 | ~2,0% | ~3,3% | -1,3% |
Het reëel rendement (spaarrente minus inflatie) is negatief. Je bank betaalt je rente, maar de prijsstijgingen zijn groter. Per saldo verlies je koopkracht.
Beleggen als bescherming tegen inflatie
Beleggen biedt historisch gezien een hoger rendement dan sparen. Een breed gespreide aandelenindex als de MSCI World heeft de afgelopen decennia gemiddeld 7-8% per jaar opgeleverd (voor inflatie). Trek daar 2-3% inflatie van af, en je houdt 4-5% reëel rendement over.
Dat betekent niet dat beleggen zonder risico is. In sommige jaren verlies je geld, en het rendement is nooit gegarandeerd. Maar op langere termijn (10 jaar of meer) heeft beleggen historisch altijd meer opgeleverd dan sparen.
Het verschil over 20 jaar
Stel, je legt vandaag €10.000 opzij en raakt het niet aan. Drie scenario’s:
- Onder je matras: na 20 jaar bij 2% inflatie is je koopkracht nog €6.730.
- Spaarrekening (2% rente): je saldo is €14.860, maar de koopkracht daarvan is €10.000. Je bent eigenlijk niks opgeschoten.
- Belegd (7% rendement): je saldo is €38.700. Gecorrigeerd voor 2% inflatie is de koopkracht €26.030.
Het verschil tussen sparen en beleggen wordt groter naarmate je langer wacht. Dat komt door het rente-op-rente-effect: je rendement genereert opnieuw rendement.
Welke beleggingen beschermen tegen inflatie?
Niet alle beleggingen beschermen even goed tegen inflatie.
Aandelen zijn historisch de beste bescherming. Bedrijven kunnen hun prijzen verhogen als de kosten stijgen, en die hogere winsten vertalen zich in hogere aandelenkoersen. Vastgoed werkt vergelijkbaar: huurprijzen worden regelmatig aangepast aan de inflatie.
Obligaties zijn minder geschikt. Bij stijgende inflatie daalt de waarde van bestaande obligaties, omdat de vaste coupon minder waard wordt. Inflatiegelinkte obligaties (inflation-linked bonds) zijn de uitzondering, maar die zijn voor particuliere beleggers lastig los te kopen.
Spaargeld biedt de minste bescherming, zoals de tabel hierboven laat zien.
Wat kun je er zelf aan doen?
Spaar genoeg voor je noodfonds (drie tot zes maanden aan vaste lasten). Dat geld moet beschikbaar zijn, ook als de spaarrente laag is. Maar geld dat je de komende tien jaar niet nodig hebt, kun je overwegen te beleggen.
Je hoeft geen grote bedragen te hebben. Met €50 of €100 per maand in een breed gespreid indexfonds bouw je op termijn vermogen op dat de inflatie bijhoudt of overtreft.
Samenvatting
Bij 2% inflatie per jaar verlies je in 20 jaar meer dan 30% van je koopkracht. Sparen beschermt daar niet tegen zolang de rente lager is dan de inflatie. Beleggen biedt op lange termijn een betere kans om je koopkracht te behouden, maar dan moet je de risico’s accepteren en minstens 10 jaar de tijd hebben.