Beleggingswoordenboek
Alle belangrijke beleggingstermen uitgelegd in begrijpelijke taal.
A
B
Bedrijfsobligatie
Een obligatie uitgegeven door een bedrijf om geld te lenen, met een hogere rente maar ook meer risico dan staatsobligaties.
Beleggingshorizon
De periode waarover je van plan bent te beleggen voordat je het geld nodig hebt. Bepaalt mede welk risico je kunt nemen.
Blue chip
Een aandeel van een groot, gevestigd bedrijf met een stabiele winstgeschiedenis en vaak dividenduitkering.
Box 3 (vermogensbelasting)
Het deel van de Nederlandse inkomstenbelasting dat belasting heft over vermogen zoals spaargeld, beleggingen en tweede woningen.
Broker
Een tussenpersoon of platform waarmee je effecten zoals aandelen, obligaties en ETF's kunt kopen en verkopen op de beurs.
Bull-markt en bear-markt
Een bull-markt is een periode van stijgende koersen (minimaal 20% stijging). Een bear-markt is het tegenovergestelde: een daling van 20% of meer.
C
CAGR (Compound Annual Growth Rate)
Het samengesteld jaarlijks rendement: het constante percentage waarmee een belegging elk jaar zou moeten groeien om van begin- naar eindbedrag te komen.
Coupon
De rentevergoeding die je ontvangt als houder van een obligatie, uitgedrukt als percentage van de nominale waarde.
Custody (bewaarneming)
Het bewaren van je beleggingen door een onafhankelijke partij, zodat ze beschermd zijn als je broker failliet gaat.
D
Diversificatie (spreiding)
Het spreiden van beleggingen over verschillende effecten, sectoren en regio's om risico te verminderen zonder rendement op te geven.
Dividend
Een deel van de winst van een bedrijf dat wordt uitgekeerd aan aandeelhouders, meestal jaarlijks of per kwartaal.
Dividendrendement
Het jaarlijkse dividend als percentage van de aandelenkoers. Geeft aan hoeveel 'inkomen' een aandeel oplevert.
Dollar-cost averaging
Een strategie waarbij je periodiek een vast bedrag belegt, ongeacht de koers. In het Nederlands ook wel 'periodiek beleggen' genoemd.
Drawdown
De daling van een belegging gemeten vanaf de hoogste waarde tot het laagste punt. Geeft aan hoeveel je maximaal verloren zou hebben.
E
ETF (Exchange Traded Fund)
Een beursgenoteerd beleggingsfonds dat een mandje van effecten bevat en de hele dag verhandelbaar is, net als een gewoon aandeel.
Expense ratio (TER)
De totale jaarlijkse kosten van een fonds als percentage van het belegd vermogen. Omvat beheerkosten, administratie en overige fondskosten.
F
H
I
Index
Een maatstaf die de prestaties van een groep aandelen of obligaties meet, zoals de AEX of S&P 500.
Indexfonds
Een beleggingsfonds dat een beursindex volgt, zoals de AEX of S&P 500, en zo gespreid belegt tegen lage kosten.
Inflatie
De stijging van het algemene prijspeil waardoor de koopkracht van geld afneemt. Een reden om te beleggen in plaats van alleen te sparen.
J
K
L
M
N
O
Obligatie
Een schuldbewijs waarbij je geld leent aan een overheid of bedrijf in ruil voor regelmatige rentebetalingen en terugbetaling van de hoofdsom.
Order
Een opdracht aan je broker om een belegging te kopen of verkopen. Er zijn verschillende ordertypen met elk hun eigenschappen.
P
Passief inkomen
Inkomen dat je ontvangt zonder er actief voor te werken, zoals dividend, huurinkomsten of rente.
Pensioenleeftijd (AOW-leeftijd)
De leeftijd waarop je recht hebt op AOW en waarop de meeste pensioenregelingen uitkeren. In 2024 is dat 67 jaar.
Portefeuille
Het totaal aan beleggingen dat een investeerder bezit, zoals aandelen, obligaties, ETF's en andere vermogensbestanddelen.
R
Rebalancing
Het periodiek herstellen van de oorspronkelijke verdeling van je portefeuille door te kopen of verkopen.
REIT
Real Estate Investment Trust: een beursgenoteerd vastgoedbedrijf dat beleggers de mogelijkheid geeft om in onroerend goed te investeren zonder fysiek vastgoed te kopen.
Rendement
De opbrengst van een belegging, meestal uitgedrukt als percentage van de oorspronkelijke inleg over een bepaalde periode.
Rente op rente (compound interest)
Het effect waarbij je niet alleen rente krijgt over je oorspronkelijke inleg, maar ook over de rente die je eerder hebt verdiend.
Risico
De kans dat je belegging minder oplevert dan verwacht, of dat je (een deel van) je inleg verliest.
Risicoprofiel
Een inschatting van hoeveel beleggingsrisico bij je past, op basis van je horizon, financiële situatie en persoonlijke risicotolerantie.
S
T
V
Vermogensbeheer
Een dienst waarbij een professional je beleggingen voor je beheert op basis van een afgesproken strategie en risicoprofiel.
Volatiliteit
De mate waarin de koers van een belegging schommelt over een bepaalde periode. Hoge volatiliteit betekent grote prijsschommelingen.
Vrijstelling (Box 3)
Het bedrag aan vermogen waarover je geen belasting hoeft te betalen in Box 3, het heffingsvrije vermogen.